Ja, maar..

  • Gepost op: 18 July 2011
  • Door: dalowiskenein

Met dit verdict nemen de losse groepen hun verantwoordelijkheid bij het vormen van een nieuwe regeling. Een betere regeling van de al te lange carnavalstoet. Na de vakantieperiode wordt de beleidsnota met voorstellen om de stoet korter te maken op een algemene vergadering vorm gegeven en daarna aan de andere (tr)actoren gepresenteerd.

Het bestuur van De Losse Groepen heeft in elk geval al volgende boodschap voor haar leden:

Bezint eer ge begint   (maar trek het niet te lang)

Het bestuur van ‘De Losse Groepen’ gaat ervan uit dat haar leden zich permanent blijven bezinnen over hun uitbeelding en hun optreden in de stoet. Onze leden willen immers bijdragen tot het welslagen van de Aalsterse carnavalstoet. Zij zien er, zoals beloofd in hun Charterelle, op toe de stoet niet te rekken en de toeschouwer te boeien. Willy Van Mossevelde (Lotjonslos) deed reeds in 1989 een mooie poging het begrip ‘Losse Groep’ te opschrijven (zie hieronder), maar nog andere notoire carnavalisten braken een lans voor de losse groepen.

Conclusie: De Losse Groepen zijn het aan zichzelf verplicht het peper en zout van de stoet te blijven!

Een eerste vermelding van het begrip ‘Losse Groep’ in de pers dateert van 5 november 1982, toen William Hereman van de Gaa Lowie’s (nu 80’er en nog steeds lid van ‘De Losse Groepen’) pleit voor een komischer stoet met minder praal: ‘Mooie wagens, het kan. Komisch: het moet!’ De auteurs (o.a. Antoine Van Der Heyden) van het in 1985 verschenen carnavalboek fulmineren in dat jaar eveneens tegen het bombastische van de stoet.

In 1988, toen NOIG de Prijs van Mossevelde won, worden de losse groepen weer in positieve zin vermeld. In 1989 belandde het begrip tweemaal in De Voorpost: naar aanleiding van de (mislukte) pogingen tot inkapseling door de organiserende instanties en - alweer - in verband met de Prijs Willy van Mossevelde, die trouwens ageerde tegen de al te lange grote groepen en een lans brak voor het peper en zout van de stoet. Hij omschrijft een losse groep als volgt: ‘op een ultra-kleine ruimte veel tonen in bonte kakofonie en toch in perfecte eenheid’.

We stoppen in 1992, want tot dan zijn de kranten door ons stedelijk archief gedigitaliseerd. De laatste vermelding vinden we in een interview met Herman Schelfhaut,‘De Generool’ van De Lodderoeigen, die pleit voor een structurele oplossing voor ‘die losse groepen die daar met dertig meter karretjes lopen’, maar die losse groepen zeker niet wil zien weggenomen worden uit de stoet. ‘Hier moet op gestudeerd worden’ verklaart hij. Na karnaval 2011, bijna 20 jaar later dus, verklaarde hij ons nog steeds bereid te zijn samen met de Losse Groepen naar een integrale oplossing voor het probleem van een al te lange stoet te zoeken. Wij zullen zeker op zo’n uitnodiging ingaan.

In de pers

De Voorpost 3 februari 1989: het zeer ludieke van de stoet in gevaar!
De Voorpost 3-02-1989

De Voorpost 17 maart 1989: rake omschrijving van het begrip ‘losse groep’
De Voorpost 17-03-1989

Kamiel Sergant in De Nieuwe Gazet van Aalst 11/2/83: fier op peper en zout in de stoet; geen kwantiteit maar kwaliteit.
De Nieuwe Gazet 11-02-1983

De Voorpost 19 juli 1987: auteurs Antoine Van Der Heyden en Stefaan Vinck vinden losse groepen vaak spiritueler
De Voorpost 19-07-1987

Familie Hofman, kostuummakers uit Hofstade in De Voorpost, 10 december 1982: Losse zijn het kruim van onze stoet.
De Voorpost 10-12-1982

Maart 1851: een stoet zonder losse groepen: een doemscenario dat hier en daar weer opduikt…
MAart 1851